Delirium op de Intensive Care


Algemeen


Lange tijd werd delirium, vooral op de Intensive Care (IC), gezien als een onvermijdelijk bijproduct van sepsis en ernstige ziekte. Op dit moment wordt delirium vooral in verband gebracht met slechte patiënt uitkomsten. Vroeger werd delirium ook wel met een reeks andere termen aangeduid als ‘IC-psychose’ of ‘IC-syndroom’, acuut brain falen of septische encefalopathie omdat de aandoening eerder werd beschouwd als een consequentie van het verblijf op de IC dan als het directe gevolg van ernstige ziekte. De algemene opvatting was dat een delirium zeker niet levensbedreigend was, en altijd volledig reversibel is bij verbetering van de somatische aandoening, wat niet juist is.
De ontwikkeling van valide meetinstrumenten heeft geleid tot een betere herkenning van delirium hoewel onderherkenning nog steeds alom aanwezig is. Bij ouderen komt een delirium vaker voor en juist deze ouderen nemen 60% van het totale aantal IC-dagen voor hun rekening.
De focus van delirium onderzoek wordt de laatste jaren steeds meer gericht op de medicamenteuze en niet medicamenteuze strategieën om delirium te voorkomen en de duur van delirium te beperken.

Definitie en frequentie


Volgens DSM-IV-criteria wordt delirium gedefinieerd als een acute bewustzijnsstoornis die gekenmerkt wordt door aandachtstekort, verandering in cognitieve functies en ongeorganiseerd denken die zich in korte tijd ontwikkelen.
Delirium kan hyperactief zijn, gekenmerkt door agitatie en emotionele labiliteit, of het kan hypoactief zijn gekenmerkt door apathie en verminderde reactie vermogen, of een gemengde vorm. Op de IC komt de hypoactieve vorm het meest voor onder delirante patiënten, terwijl de zuiver hyperactieve vorm minder gezien wordt. Ook al is de hyperactieve vorm van delirium het makkelijkst te herkennen, een zuiver hyperactief delirium (zonder hypoactieve perioden) komt slechts bij 5% van de delirante patiënten op de IC voor. Juist de hypoactieve vorm, die het meest voorkomt wordt niet goed herkend door de professionals op de IC.
De incidentie van delirium varieert tussen de 16 en 89% afhankelijk van de gebruikte protocollen en de populatie IC patiënten. Indien systematische screening op delirium plaatsvindt is het percentage van delirium incidentie bij beademde patiënten tussen 60 tot 80% en bij niet beademde patiënten tussen 40 tot 60%.

Etiologie


Risicofactoren voor het ontwikkelen van delirium op de intensive care afdelingen zijn eerder in de literatuur beschreven. In grote lijnen, kunnen de risicofactoren in 3 categorieën onderverdeeld worden: 1) de kenmerken van de acute ziekte zelf, 2) patiënt factoren, en 3) milieu-of iatrogene factoren.
Ondanks verbeterde diagnose, screening en behandeling van delirium, is de pathofysiologie van delirium niet volledig opgehelderd. Delirium zou het gevolg zijn van een daling van acetylcholine en verhoging van dopamine in de hersenen, maar ook vele andere neurotransmitter stoornissen zouden kunnen bijdragen. Andre bijdragende factoren zijn hypoxie, ontsteking (gerelateerd aan SIRS of sepsis) en toxische of metabole stoornissen.
De etiologie van delirium bij IC-patiënten wordt meestal als multifactorieel beschouwd wat van groot belang is bij het voorkomen en behandelen van delirium: waarschijnlijk volstaat het dus niet om 1 ding te doen, zoals haldol geven, maar zijn meerdere gelijktijdige interventies nodig als preventie en behandeling. Bij het indelen van de risicofactoren is het van praktisch belang om deze naar de niet beïnvloedbaar en potentieel beïnvloedbaar in te delen. Voorbeelden van niet beïnvloedbare factoren zijn: leeftijd, comorbiditeit, dementie, en vasculaire ziektes. Voorbeelden van potentieel beïnvloedbare factoren zijn: sedatie en of analgesie, infectie, pijn, metabole stoornissen, slaapdeprivatie en vele andere.

Meer informatie over de screening (info over preventie en behandeling volgt nog) van delirium is onder het kopje
Delirium Screening op deze website te vinden.